VeldwerkPosted by Martijn Dekker Thu, July 30, 2009 15:28:35Mijn huidige veldwerkperiode zit er bijna op. Komend weekend heb ik
echter eerst nog twee interviews. Zondag ontmoet ik een generaal die de
leiding heeft over de politie in het Hebron district. Hij zal me
hoogstwaarschijnlijk vertellen dat het zoveel veiliger is geworden in
de regio en dat de politie alles onder controle heeft. Maar ik hoop
vooral dat ik hem daarnaast een reactie kan ontlokken over de
aantijgingen van verschillende mensenrechtenactivisten, die de West
Bank een politiestaat noemen waar verschillende vrijheden ernstig
beperkt worden. Zeker die van Hamasleden.
Maandag ontmoet ik in Ramallah een columniste en onderzoekster die voor
de bekende Palestijnse organisatie Miftah schrijft. Ik ben erg benieuwd
naar haar mening over de politieke ontwikkelingen van de laatste tijd.
Na dat interview is het eventjes gedaan met mijn onderzoek en ga ik voor een tijdje lekker van vakantie genieten.
Allereerst komen volgende week mijn ouders voor een week op bezoek.
Heel erg leuk dat ik ze kan laten zien waar ik nou al die maanden mee
bezig ben geweest. In de zes dagen die ze hier zijn probeer ik ze
zoveel mogelijk van het Heilige Land te laten zien. Natuurlijk de
plekken in de Palestijnse gebieden waar ik tot nu toe verbleef
-Oost-Jeruzalem, Betlehem, Ramallah, Hebron- maar ook meer toeristische
plekken in Israël als West-Jeruzalem, Tel Aviv en de Dode Zee. Het
belooft een drukke, maar leuke week te worden.
Op 13 augustus vlieg ik al weer naar huis, maar mijn verblijf in
Nederland is van zeer korte duur. Op de 15e vertrek ik wederom naar het
buitenland: 10 dagen lekker genieten in Italië met mijn wederhelft Eva.
Ik heb er nu al zin in!
De afgelopen twee maanden waren interessant, leuk, indrukwekkend, en
vooral ook erg nuttig voor mijn onderzoek. Het is kortom een geweldige
tijd geweest. Maar goed, ik heb ook wel erg zin om op vakantie te gaan
en weer thuis te komen.
Voor nu is dit het laatste stukje tijdens mijn onderzoeksperiode.
Misschien dat ik de komende week nog een berichtje plaats, maar het
fijne van vakantie is dat je geen afspraken hoeft te maken. We zien dus
wel wat er gebeurt.
In ieder geval heel erg bedankt voor het volgen van mijn belevenissen
alhier. Mijn volgende veldwerkperiode staat voorlopig voor het begin
van volgend jaar gepland, maar als er in de tussentijd wat nieuws over
mijn onderzoek te melden valt, dan zal ik dat direct op deze site
melden.
Tot de volgende keer!
Ma' as-Salameh
Martijn
VeldwerkPosted by Martijn Dekker Sat, July 25, 2009 22:17:41Naast alle vreselijke verhalen over geweld, vernietigde boomgaarden en
huizen die met de grond gelijk gemaakt worden, is er ook het alledaagse
leed dat het leven in bezet gebied met zich meebrengt. Er zijn talloze
voorbeelden. Ik zou iets kunnen schrijven over het schrijnende
watergebrek, waardoor Hebron wekenlang zonder stromend water heeft
gezeten. Israël beheert verreweg het grootste deel van de
waterreservoirs onder de West Bank, en doordat de nederzettingen, met
hun groene gazonnetjes, een hogere prioriteit hebben dan de
Palestijnen, waren de inwoners van Hebron de afgelopen vijf weken
aangewezen op speciaal aan te schaffen watertanks. Uit de kraan kwam
niks. Toen er vorige week eindelijk weer wel stromend water uit de
kraan kwam, zag je direct overal mensen hun ramen en trappenhuizen
schoonmaken. Dat kon geen kwaad na alle stoffigheid die vanuit de
woestijn deze kant op was geblazen.
Maar goed, ik wil een ander voorbeeld van het leven onder bezetting
beschrijven. Het is klein leed, minder ingrijpend dan het watertekort.
Het lijkt op het eerste gezicht nietszeggend, maar de verregaande
Israëlische controle over het alledaagse leven maakt Palestijnen
behoorlijk het leven zuur.
Mijn vriend Tareq werkt voor de Wereldbank en hij zou graag in het
najaar op bezoek gaan bij zijn collega's in de Verenigde Staten. Iets
dat voor mij als Nederlander zo geregeld is, kost Tareq veel tijd en
een onwaarschijnlijke hoeveelheid aan doorzettingsvermogen. Hoewel het
voor hem niet onmogelijk is, wordt er aan alle kanten geprobeerd om het
hem zo moeilijk mogelijk te maken.
Het begint met de visumaanvraag. Om deze in te dienen, moest Tareq naar
Oost-Jeruzalem, waar het consulaat van de VS gevestigd is. Het was
meteen het eerste probleem, want Tareq heeft een West Bank
identiteitsbewijs, waardoor het voor hem niet toegestaan is om
Jeruzalem te betreden. Hij moet dus een 'permit' aanvragen bij het
District-Coördinatie-Kantoor van de Israëlische autoriteiten, zodat hij
voor een dag naar Jeruzalem mag.
Nu heeft Tareq het geluk dat zijn persoonlijk bestand "wit" is, zoals
hij het zelf noemt. Dat wil zeggen, hij heeft nooit in een Israëlische
gevangenis gezeten, in tegenstelling tot ongeveer veertig procent (!)
van alle Palestijnse mannen. Tot Tareqs verbazing werd zijn aanvraag
voor een 1-daags bezoek aan Jeruzalem echter geweigerd, zonder opgaaf
van reden. Ook een tweede poging mislukte. De wanhoop nabij -het zou
toch niet al bij de eerste stap mislukken?- zocht hij contact met een
Israëlische mensenrechtenorganisatie. Zij benaderden op hun beurt de
autoriteiten en, jawel, enige dagen kreeg Tareq alsnog toestemming.
Vol goede moed reisde hij naar Jeruzalem -voor hem al een bijzondere
ervaring op zichzelf- waar hij zijn aanvraag voor een visum bij het
Amerikaanse consulaat in wilde dienen. Daar kreeg hij de tweede stap in
het proces te horen. Voor je een visum krijgt, moet je eerst een bewijs
van goed gedrag bij de Israëlische politie aanvragen. Jawel, je leest
het goed, een Palestijnse burger moet een verklaring van goed gedrag
van de staat Israël aanvragen om naar de VS af te reizen.
Tareq nam de aanvraagpapieren in ontvangst en belde meteen met een
gespecialiseerd bureau om het aanvraagformulier in te vullen. Dat
formulier was namelijk volledig in het Hebreeuws opgesteld, en die taal
is Tareq niet machtig.
Nadat het formulier correct was ingevuld moest het ingeleverd worden
bij het dichtstbijzijnde Israëlische politiebureau. In Tareqs geval was
dat naast de nederzetting Kiryat Arba gelegen. Op een zondagmorgen, nu
twee weken geleden, vergezelde ik Tareq naar het bureau. Nou ja,
bureau? Het leek eerder een legerbasis, met de hoge hekken, camera's en
betonnen muur. Communicatie met de agenten in het bureau verliep via
een telefoon en een intercom die aan de buitenkant van het hek
bevestigd waren. Toen we naar de telefoon toe liepen zagen we in een
krakkemikkig wachthokje twee oudere mannen zitten. Van een van hen was
het rijbewijs ingenomen na het rijden zonder autogordel om. Ze zaten er
al sinds half acht en er was nog niemand gekomen om hen te helpen,
ondanks meerdere malen bellen. Ik keek op mijn telefoon en zag dat het
inmiddels kwart voor twaalf was. Weinig hoopvol dus.
Tareq probeerde de telefoon en hij kreeg zowaar verbinding. Een
vrouwenstem vertelde hem dat er iemand naar het hek zou komen om te
helpen. Tien minuten later. Tareq belde nogmaals. Wederom geen gehoor.
Na nog eens een stuk of tien keer gebeld te hebben -het was inmiddels
veertig minuten later- kwamen er een man en vrouw vanuit de "basis"
naar het hek toe gelopen. Tareq vertelde dat hij zijn formulier kwam
inleveren maar kreeg te horen dat dat die dag niet kon. "Die
formulieren nemen we alleen op maandag in."
Mopperend reden we weer terug naar de stad. Het ging alleen maar om het
inleveren van een formuliertje, maar goed, we proberen het gewoon nog
een keer. De volgende dag herhaalde het verhaal zich. Toen na een half
uur een agent naar beneden kwam, zei hij precies wat Tareq al had
voorspeld.
"Een formulier inleveren? Dat kan niet vandaag."
Zucht. "Wanneer dan?"
"Alleen op zondag, om twee uur."
"Maar we waren hier gisteren! Op zondag!"
"Tja, daar kan ik ook niks aan doen. Kom volgende week maar terug."
Zes dagen later stonden we weer voor de poort. Het duurde nu een
kwartier en Tareq mocht zowaar naar binnen. Tien minuten later kwam hij
breed lachend naar buiten. Het was zowaar gelukt om het formulier in te
leveren. Over drie weken zou het resultaat bekend gemaakt worden.
Echter, niet aan Tareq. Als het consulaat binnenkort weigert hem een
visum te verstrekken, dan heeft de Israëlische politie blijkbaar, om
onbekende redenen, besloten om geen verklaring van goed gedrag af te
geven. Maar goed, zover is het nog niet, het is nu afwachten. En het
verhaal is verre van af.
Als het consulaat nu belt met de mededeling dat hij zijn visum kan
afhalen, dan moet Tareq eerst nog toestemming aanvragen om het op te
komen halen in Jeruzalem. En als dat gelukt is en hij dan uiteindelijk
echt op reis wil, dan vergt het nog behoorlijk wat geduld om bij het
vliegveld te komen. Uiteraard mag Tareq niet via het Israëlische Ben
Goerion vliegen, dus hij is genoodzaakt via de Jordaanse hoofdstad
Amman te reizen.
De brug over de Jordaan, de Allenby-brug, is berucht vanwege het
tijdsverlies, omdat je eerst langs een Palestijnse grenspost moet, dan
de Israëlische, want zij bepalen wie er de West Bank in- en uitreist,
en uiteindelijk moet je natuurlijk nog de Jordaanse grens oversteken.
Maar goed, als je dat allemaal achter de rug hebt, is het nog maar een korte rit naar Amman en is de incheckprocedure een eitje.
Tareq en ik moeten er een beetje om lachen, maar ik zie wel aan hem dat
het steekt. Duidelijk de spreekwoordelijke boer met kiespijn. Het hele
proces is niet alleen tijdrovend, maar op een bepaalde manier ook
vernederend. Het is puur machtsvertoon, subtiel toegepast door middel
van bijna ondoordringbare bureaucratie. Kafka zou trots zijn.
VeldwerkPosted by Martijn Dekker Sat, July 18, 2009 20:40:32Jamal Maraga runt een souvenirwinkeltje midden in het centrum van de Oude Stad van Hebron. Het is maar een klein zaakje en het assortiment bestaat uit weinig meer dan kleden, jurken en de voor hier zo typische geborduurde kussenslopen en sjaals. Het winkeltje is gevestigd in een stil deel van de stad, waar de meeste winkels gesloten zijn wegens het wegblijven van klanten. Dat er een Israëlische nederzetting letterlijk bovenop zijn winkeltje gevestigd is, maakt het leven er niet makkelijker op.
De weinige buitenlanders die langskomen hebben meestal haast en lopen snel langs zijn winkeltje. Diegenen die wel geïnteresseerd zijn in wat Palestijnse souvenirs lopen bovendien vaak door naar een klein zaakje verderop. Wat heeft dat winkeltje dat Jamal z'n zaak niet heeft? Vrouwen.
De twee dames die het betreffende winkeltje runnen doen dat namelijk uit naam van een vrouwencoöperatief, waarbij een deel van de omzet naar vrouwen uit de dorpjes rond de stad gaat. Het is echter een publiek geheim dat dit helemaal niet waar is. Ja, de handgemaakte producten worden gekocht bij vrouwen uit de kleinere dorpjes, en zij krijgen daarvoor betaald, maar Jamal koopt dezelfde spullen bij dezelfde vrouwen voor dezelfde prijs. Met andere woorden, de twee dames van het winkeltje weten met het label 'vrouwencoöperatief" op een slimmer manier de buitenlanders naar zich toe te lokken. Een samenwerkingsverband van vrouwen is nu eenmaal een sterk marketingverhaal, zeker voor geëmancipeerde Westerse bezoekers. Uiteraard is dit slim, maar de situatie drijft de eigenaars van andere souvenirwinkeltjes -en dat zijn er nogal wat- tot wanhoop, want zij lopen heel veel omzet mis. Ik moet bekennen dat ik meevoel met Jamal, maar aan de andere kant kan ik ook wel begrip en zelfs een klein beetje bewondering opbrengen voor de gewiekstheid van de twee vrouwen. Maar, uiteraard zal ik mijn souvenirs zelf bij Jamal aanschaffen. Dat heb ik beloofd en het lijkt me niet meer dan logisch, want ik maak intussen graag gebruik van Jamals hulp en gastvrijheid.
Eens in de paar dagen bezoek ik hem en zijn vader -van wie het winkeltje oorspronkelijk was- om wat informatie in te winnen en, uiteraard, een kopje koffie en thee te drinken. De vader van Jamal, Hadj Zuher, is misschien wel het meest invloedrijke clanhoofd in Hebron. Hij heeft bemiddeld in tientallen conflicten en ruzies binnen of tussen families, van eenvoudige diefstallen tot moordzaken, en hij is bevriend met de meeste andere clanhoofden in de stad. Het maakt hem voor mij een zeer interessant man. Een telefoontje van hem is namelijk genoeg om een afspraak voor mij te regelen, terwijl de meeste clanhoofden niet zo gemakkelijk te bereiken zijn, zeker niet voor buitenstaanders.
Vanmiddag was ik speciaal op verzoek van Jamal naar de Oude Stad gekomen. Niet voor informatie, maar om getuige te zijn van een bijzonder, terugkerende evenement. Iedere zaterdag organiseert een Joods-Orthodoxe organisatie een rondleiding voor Orthdoxe Israëliers en buitenlanders, dwars door het Palestijnse deel van de Oude Stad, en dat wil nog wel eens voor problemen zorgen. Winkeleigenaars en andere toevallig aanwezigen (ook buitenlanders) worden uitgescholden en soms ontstaat er een opstootje waarbij er heen-en-weer geduwd wordt. De Palestijnen delven altijd het onderspit, want de Israëlische soldaten -die in groten getale aanwezig zijn- zorgen er wel voor dat de Joodse toeristen niets overkomt. Jamal had me gevraagd of ik wat foto's voor hem kon maken, wat ik natuurlijk wilde doen.
Terwijl ik in het winkeltje zat te wachten, fietsten kinderen rondjes door de Oude Stad om te kijken of de Israëlische groep al aan de tocht was begonnen. Toen het sein uiteindelijk kwam, haastte ik me naar de plek waar ze het laatst gesignaleerd waren.
De groep bestond uit zo'n zestig mensen, begeleid door 15 Israëlische soldaten.De totale rondleiding van de groep duurde ongeveer een half uurtje. De sfeer was licht gespannen, maar er vonden geen incidenten plaats. Enkele jongeren uit de groep, uit Californië, probeerden een discussie met mij en enkele buitenlanders van de Monitoring Group aan te gaan, maar het werd al snel duidelijk dat we er niet uit zouden komen. "Waarom staan jullie aan de kant van die Arabieren?" "De Arabieren misbruiken jullie alleen maar. Ze haten alle mensen uit het Westen." en, de beste vond ikzelf, "Jullie zijn nog erger dan de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog."
Tot zover de discussie.
Iedereen moet wijken voor de groep, ook kinderen en ouderen.Na de rondleiding ging de groep via een voor Palestijnen afgesloten poort richting de nederzettingen, waarna de rust wederkeerde in de Oude Stad.

Op de weg terug besloot ik langs de nederzettingen te lopen om te kijken of de groep zich daar nog steeds bevond. Dat had ik beter niet kunnen doen, want een aantal mensen herkende me en wierp me boze blikken toe. Toen ik langs een bankje met een aantal achtergebleven jongeren uit de groep liep, begonnen ze te wijzen. "Nazi! Nazi!" klonk het en de jongens spuugden naar me. Gelukkig misten ze, maar ik nam geen risico en liep snel door naar het checkpoint om het Palestijnse deel van Hebron weer binnen te gaan.
Een ding werd weer eens duidelijk, aan welke kant je ook staat, met sommige mensen valt gewoonweg niet te praten.
VeldwerkPosted by Martijn Dekker Sat, July 11, 2009 23:10:12Enkele weken geleden berichtten de media over de dood van een opgepakte verdachte in een detentiecentrum van de Palestijnse inlichtingendienst in Hebron. Het ging om de 33-jarige Haytham Amr, werkzaam als verpleger in een lokaal ziekenhuis, en hoewel hij niet van een misdaad beschuldigd was, had hij waarschijnlijk banden met Hamas. Er bestaan verschillende meningen over de toedracht van het dodelijke ongeluk en dat is kenmerkend voor de gespannen sfeer in de Palestijnse Gebieden.
Toen ik een paar dagen terug de voorlichter van de politiechef in Hebron vroeg om zijn versie van het verhaal, kreeg ik de officiële lezing. Die luidt als volgt: nadat zijn ondervragers voor korte tijd de cel verlieten, probeerde Haytham te vluchten, maar tijdens zijn vluchtpoging viel hij uit het raam. De val van de derde verdieping kostte hem het leven.
Een groot deel van de Palestijnse bevolking gelooft niks van dit verhaal. Ook medewerkers van verschillende onafhankelijke Palestijnse mensenrechtenorganisaties spreken het verhaal tegen. Volgens hen is Haytham doodgemarteld tijdens de ondervraging. Ooggetuigen hebben verklaard dat het lichaam van Haytham duidelijke kenmerken van martelingen vertoonden, waaronder grote bloeduitstortingen in zijn gezicht, en wonden op zijn billen en benen. De dood van Haytham is helaas geen uitzondering. Hij is de derde man die onder verdachte omstandigheden het leven laat tijdens een ondervraging door de inlichtingendiensten op de West Bank. En vele tientallen opgepakte mannen, bijna allemaal Hamasleden, hebben klachten over martelingen en misdragingen van agenten ingediend.
Enkele dagen geleden besprak ik deze zaken met Islam Tamimi van mensenrechtenorganisatie PICCR. Hij beschikte over foto's en getuigenissen waar ik, volgens zijn zeggen, nachten van wakker zou liggen. Van geëlektrocuteerde geslachtsdelen tot gebroken ledematen tot psychologische oorlogsvoering als het bedreigen van familieleden; het gaat er weinig zachtzinnig aan toe in de cellen van de verschillende detentiecentra in de West Bank.
Door het politieke geweld is er een gespannen sfeer ontstaan. Mensenrechtenactivist Bassem Eid is zeer kritisch over de situatie. Nadat ik een interessante column in de Jerusalem Post van zijn hand had gelezen, had ik hem gevraagd om een interview. Ik ontmoette hem afgelopen week in Jeruzalem. Volgens Bassem is de West Bank veranderd in een politiestaat en doen de PA veiligheidsdiensten niet onder voor de Oost-Duitse Stasi.
Sinds juni 2007, toen Hamas op gewelddadige wijze de macht overnam in Gaza, vindt er in beide Palestijnse gebieden een vergelijkbaar proces van onderdrukking en intimidatie plaats. In Gaza tegen Fatah leden, in de West Bank tegen Hamas. Wat echter opvallend is, is dat de internationale gemeenschap schande spreekt van de handelswijze van Hamas, maar zich minder kritisch uitlaat over de -door Fatah gedomineerde- Palestijnse Autoriteit (PA) in de West Bank. Uiteraard worden er wel kritische uitspraken gedaan, maar desondanks blijven de Europese Unie, de VS, Egypte, Jordanië en Israël zonder noemenswaardige tegengeluiden het PA veiligheidsapparaat versterken, trainen, en van wapens voorzien. De interne machtsverhoudingen in de West Bank worden door deze eenzijdige steun steeds schever, en het geweld tegen tegenstanders van Fatah neemt continu toe.
Uiteraard zijn de eerder genoemde landen op de hoogte van het politieke geweld en van de intimidatie van (potentiële) tegenstanders van de huidige machthebbers. Maar aangezien men graag een eind ziet komen aan de invloed van Hamas in de Palestijnse samenleving, lijkt het erop dat men deze ontwikkelingen willens en wetens steunt. Bassem Eid claimt dan ook dat de huidige versterkingen van het Palestijnse veiligheidsapparaat, bedacht en gecoördineerd door de Amerikaanse generaal Keith Dayton, vooral als tegenwicht tegen Hamas bedoeld zijn. Mocht er net als in Gaza in 2007 een interne machtsstrijd tussen de politieke facties in de West Bank ontstaan, dan mag Fatah het deze keer niet verliezen. Een duidelijk staaltje machtspolitiek.
Hoewel ik denk dat Bassem tot op zekere hoogte gelijk heeft, ben ik ook geneigd te zeggen dat de huidige herstructurering en versterking van de veiligheidsdiensten ingegeven is door een zekere naïviteit. In het Westen zijn we gewend aan een sterk en neutraal veiligheidsapparaat. Als je het slachtoffer van een misdaad bent, dan ga je naar de politie. Echter, in een samenleving die al tientallen jaren onder bezetting en geweld gebukt gaat, is dit minder vanzelfsprekend. Tot enkele jaren geleden was je veiligheid gekoppeld aan je clan of je politieke groepering; veiligheid op nationaal niveau bestond niet.
Het probleem is als volgt: zolang de huidige nationale diensten blijven handelen volgens de mores van hun clan of partij, zal het er nooit veiliger op worden. Integendeel, zolang agenten en militairen hun machtspositie misbruiken om mensen uit hun eigen kring te bevoordelen, zal politiek geweld aan de orde van de dag blijven.
De huidige situatie, hoe vreselijk die ook is, is razend interessant voor mijn onderzoek. Maar het wantrouwen en de angst bemoeilijken mijn onderzoek wel. Er zijn maar weinig mensen die over politiek willen praten. Vanmorgen ondervond ik dat weer, hoewel ik er deze keer een gunstige draai aan kon geven.
Drie weken geleden was het groot nieuws dat Israël na drie jaar de voorzitter van het Palestijnse parlement, en vooraanstaand Hamaslid, Aziz Dweik vrijliet. Toen ik hem vanmorgen thuis opbelde en vroeg of ik hem mocht interviewen over de situatie van Hamas in de West Bank, hield hij de boot af. "Ik ben voorzitter van het parlement en hoor tussen de partijen in te staan. Ik kan dus niks over Hamas zeggen." Ik dacht even na en vroeg hem of het dan niet mogelijk was om hem te interviewen in zijn rol als parlementsvoorzitter. Hij grinnikte en zei toen dat dat geen probleem zou zijn.
Hoewel ik er niet vanuit ging dat het zou lukken, hoopte ik toch wat politiek getinte vragen over Hamas te stellen.
Twee uur later zat ik bij Dr. Aziz thuis. Ik had geluk, want de afgelopen weken waren er letterlijk duizenden mensen langs gekomen om hem te feliciteren met zijn vrijlating, maar deze middag had hij vrij gehouden. Nou ja, tot ik belde, dus. We hadden een lang en prettig gesprek, maar ik wist niet veel pikante opmerkingen aan hem te ontlokken. Dat was op zich ook niet vreemd, want de man kwam net uit de gevangenis en kon een aantal dingen gewoonweg niet bevestigen. Toen ik een duidelijke voorzet gaf, kon hij weinig meer zeggen dan dat hij wel vaag iets had gehoord van vrienden en familie, maar dat hij de misdragingen van de Palestijnse politie nog niet met eigen ogen had aanschouwd.
Daarnaast was het duidelijk dat Dr. Aziz vermoeid was. Hij had het gehad met de politieke strijd tussen Fatah en Hamas. "Ik ben een wetenschapper, net als jij*, en daar ligt mijn hart. Zodra we eenheid tussen Fatah en Hamas bereikt hebben stop ik ermee. Direct."
Ik was enigszins verbaasd door deze ontboezeming, want door velen wordt Dr. Aziz beschouwd als de belangrijkste Hamasleider van de West Bank en een toekomstige** president namens Hamas. "Tja, Haniyeh en Meshaal*** zijn ook erg boos op me. Toen ik ervoor koos om een middenpositie in te nemen en niet de kant van Hamas te kiezen, waren ze zeer verbaasd en geïrriteerd. Maar het is maar voor even. Zodra de eenheid er is, houdt het op voor mij. Dan begin ik een nieuw hoofdstuk in mijn leven."
Ik moet bekennen dat ik erg onder de indruk was van het gesprek. Niet alleen door het enthousiasme waarmee deze 61-jarige een nieuwe carrièrestap wilde maken, maar ook door de gematigdheid van zijn woorden. Dat was 17 jaar geleden wel anders. Toen streed hij voor een Palestina dat tussen de Jordaan en de Middellandse Zee lag, tegen de aanwezigheid van de staat Israël. Samen met 450 Hamas- en Islamic Jihadleden werd hij destijds door de Israëlische regering zelfs gedeporteerd naar Libanon. Ik kon het dan ook niet nalaten om hierover door te vragen. "Heeft u niet een ontzettende draai gemaakt ten opzichte van vroeger?"
Lachend bevestigde hij dat dit inderdaad zo was. "Ik ben nu pragmatisch. Dat inzicht is met de jaren gekomen. Het heeft geen zin om onoverbrugbare standpunten in te nemen. Ik wil alleen wat het beste is voor mijn mensen."
De toekomst zal het uitwijzen, maar op dat moment geloofde ik hem.
Ons gesprek eindigt hoopvol. Dr. Aziz slaat zijn ogen ten hemel en zegt, "Ja, ik heb goede hoop dat ik mijn politieke carrière over twee of drie maanden definitief kan afsluiten."
"Dat betekent dus dat de eenheid tussen Fatah en Hamas een feit zou zijn?" vraag ik. "En daarmee zou dan ook het onderlinge politieke geweld in Gaza en de West Bank verminderen?" voeg ik daar aan toe.
Het antwoord is eenvoudig en had ik eigenlijk ook wel kunnen voorspellen.
"Inshallah."
* Dat zei hij echt. Ik beschouwde het een compliment van iemand die 3 Masters heeft en 1 PhD.
** Wat overigens interessant is, is dat veel Hamasleden Dr. Aziz als de huidige Palestijnse president beschouwen. Hoewel de termijn van President Abbas officieel op 9 januari 2009 afliep, is hij, in samenspraak met de internationale gemeenschap, nog niet afgetreden. Hamas dreigde het presidentschap van Abbas niet meer te erkennen vanaf 9 januari en sinds die dag is Dr. Aziz voor veel Hamasleden in Gaza dus de rechtmatige president.
*** Ismail Haniyeh (Gaza) en Khaled Meshaal (Damascus) zijn samen met Mahmoud Zahar (Gaza) de belangrijkste leiders van Hamas.
VeldwerkPosted by Martijn Dekker Fri, June 26, 2009 21:06:58Afgelopen woensdag kreeg ik een mailtje van Hani, een docent aan de
Palestinian Polytechnic University (PPU) in Hebron. Hij vroeg me of het
me misschien leuk leek om langs te komen bij een tentoonstelling over
de beste bachelor-afstudeerprojecten. Nu heb ik altijd al een zwak voor
high-tech snufjes en gadgets gehad, dus het leek me een geschikte
gelegenheid om kennis te maken met de laatste technologische
ontwikkelingen in de Palestijnse Gebieden.
Nadat Hani en ik afgelopen donderdagmorgen uit de taxi stapten bij de
een van de vier locaties van de PPU in Hebron, stopte ik even om het
uitzicht op de moderne nieuwbouw in me op te nemen. Net als de andere
Palestijnse campussen die ik bezocht heb, was ook dit een hele mooie
plek. An-Najah in Nablus, Birzeit, Betlehem, Al-Quds in Abu Dis, en dus
ook de PPU, het zijn stuk voor stuk mooie, schone en sfeervolle
campussen. Ik hoop dat het resultaat van de ambitieuze plannen voor de
nieuwe VU campus enigszins het Palestijnse niveau haalt.
Maar goed, we liepen de campus op, naar een klein zaaltje op de derde
verdieping van een van de gebouwen. Het was afgeladen vol, want de
Minister van ICT kwam een inleidend praatje houden. Na de voordrachten
van de minister, de decaan en nog wat andere, schijnbaar belangrijke
mensen, werden we naar de hal waar de tentoonstelling werd gehouden
geleid. Ook hier was het dringen geblazen. Iedereen probeerde een
glimpje op te vangen van de posters die overal aan de muren waren
opgehangen. Op iedere poster stond een samenvatting van een project en
desgevraagd gaf een student uit de projectgroep extra uitleg.
Er waren 45 projecten op de tentoonstelling, teveel om op te noemen
dus, maar hieronder toch een kleine greep uit het breed gevarieerde
aanbod.
- Goedkoop touchscreen: Met behulp van twee camera's en een beamer
was een grootbeeld 'touchscreen' ontwikkeld. De beamer projecteerde het
beeld op een muur en de camera's registreerden de bewegingen van de
gebruiker. Door met een aanwijspen of vinger over het geprojecteerde
beeld te bewegen, kon je de computer bedienen. De toepassingen was
speciaal ontwikkeld voor onderwijsinstellingen.
- Gepersonaliseerde roosterinformatie: In de testopstelling hing
een groot scherm in de hal van de universiteit, waarop
gepersonaliseerde rooster- en andere informatie voor iedere student te
zien was, zodra hij of zij binnenkwam. Het werkt als volgt. Als een
student binnen een straal van vijf meter van het scherm staat, wordt
met behulp van Bluetooth technologie het ID van zijn of haar mobiele
telefoon uitgelezen, waarna dit gekoppeld wordt aan roostergegevens
voor de betreffende student.
- Online veiling: Een website waarmee bedrijven online veilingen
kunnen opzetten, waarbij consumenten via internet of met hun mobiele
telefoon op de producten kunnen bieden. Een extra eigenschap die het
systeem interessant voor de lokale markt maakt, is een speciale opzet
waardoor het voldoet aan de Islamitische veilingregels, waardoor alleen
in speciale gevallen, en dan nog in beperkte mate, een winstpercentage
aan de klant doorberekend kan worden. Deze regels luisteren zeer nauw.
Het heffen van rente is bijvoorbeeld ook niet toegestaan volgens de
Islamitische leefregels. Zo worden hier ook geen hypotheken verstrekt
zoals in Nederland.
Het veilingproject heeft al een aantal studentenprijzen gewonnen
en zal in september een doorstart maken als echt bedrijf. Op de campus
bevindt zich namelijk een zogenaamde incubator-afdeling, waar kansrijke
projecten omgevormd worden tot kleine bedrijfjes. Hani staat echt
glimmend van trots over het project en het toekomstige bedrijf te
vertellen en als ik de poster nog eens goed bekijk, zie ik waarom. Hij
is de begeleider.
- Steganografie: Een programma waar James Bond wel mee uit voeten
zou kunnen. Met dit gereedschap kun je geheime boodschappen toevoegen
aan digitale afbeeldingen, zonder dat de afbeelding of de grootte van
het bestand veranderen. De boodschap is bovendien versleuteld, waardoor
alleen de persoon voor wie de boodschap bestemd is, deze kan openen en
lezen. Ik sprak na afloop nog even met de docent die dit project had
begeleid en hij vertelde trots dat ze nu bezig waren om
audioboodschappen in de afbeeldingen te verstoppen. Een andere docent,
die naast ons zat, merkte half grappend, half serieus op dat hij wel
moest oppassen dat de CIA niet achter de projectgroep aan zou komen. Ze
zouden namelijk wel eens kunnen denken dat dit het perfecte gereedschap
voor Al-Qaida is om geheime boodschappen over aanslagen naar elkaar te
versturen.
- Slim Huis: Door middel van deze applicatie kon de betreffende
student de lampen en de rolluiken in zijn huis op afstand bedienen via
internet en mobiele telefoon. Daarnaast kon hij op afstand, met behulp
van vier camera's, zowel zijn slaapkamer als de tuin in de gaten houden.
- TV bedienen: In plaats van met de afstandsbediening, hadden deze
studenten een speciale opstelling met een boven de TV geplaatste camera
ontwikkeld, waardoor je met behulp van handgebaren de TV kon bedienen.
Erg grappig.
Er waren dus nog veel meer interessante en nuttige projecten en naast
deze snufjes, waren er ook allerlei vernieuwende toepassingen voor de
medische wereld, om het leven van zowel doktoren als patiënten wat
gemakkelijker te maken.
Al met al was ik erg onder de indruk van het niveau van de
afstudeerprojecten. Van de technische informatie op de meeste posters
begreep ik dan ook weinig. Wat me verder opviel, was het grote aantal
meisjes onder de afgestudeerden. Navraag leerde me dat dames inderdaad
een meerderheid vormden. Nu weet ik dat in Nederland een vergelijkbare
verhouding voor de totale studentenpopulatie geldt, maar ik vraag me af
of het ook voor een technische universiteit opgaat, waar voornamelijk
ICT-opleidingen aangeboden worden. Een Westers stereotype als de
IT-nerd lijkt hier in ieder geval niet te bestaan. Het grote aantal
vrouwen zorgde wel even voor wat opgelatenheid bij mij, want toen ik
een studente bij een van de projecten enthousiast wilde bedanken voor
haar uitleg en mijn hand uitstak, hield ze haar handen voor haar buik
gevouwen en lachtte me verontschuldigend, ietwat verlegen toe. Oh ja,
ze mag mijn hand natuurlijk niet schudden! Maar goed dat Rita Verdonk
niet in de buurt was.
Het was een leuke en interessante ochtend en het laat duidelijk zien
hoe "normaal" het leven in de Palestijnse Gebieden kan zijn. Helaas
worden veel Palestijnse nog dagelijks geconfronteerd met
veiligheidsproblemen. Overmorgen ga ik op bezoek bij het Hebron
Rehabilitation Center, een organisatie die de leefbaarheid van H2
probeert te verbeteren. Het lijkt me erg interessant om met de
medewerkers te praten en te horen met welke problemen ze te maken
krijgen en, vooral, op welke manieren ze die proberen op te lossen.
Meer daarover hopelijk een volgende keer.
CommentaarPosted by Martijn Dekker Wed, June 24, 2009 14:34:42
Gisteren, op 23 juni, werd bekend gemaakt dat Minister van Defensie Ehud Barak zijn goedkeuring heeft gegeven aan een plan om 240 huizen en extra infrastructuur te bouwen in de nederzetting Talmon. Het betreft hier een op de Westelijke Jordaanoever gelegen outpost die niet door de Israëlische overheid is goedgekeurd. Een illegale nederzetting dus. De uitbreiding van 240 huizen betekent een vervijfvoudiging van het oorspronkelijke aantal huizen in de nederzetting, dus van 'natuurlijke groei' kan men niet spreken.
Na de veelbesproken speech van Benjamin Netanyahu, die hij recentelijk aan de Bar-Ilan universiteit in Tel Aviv hield, bleek al dat de Israëlische overheid zich er weinig aan gelegen ligt om nieuwe vredesonderhandelingen met de Palestijnen te beginnen. Goed, de Israëlische Minister-President had gerept van een “Palestijnse staat”, President Obama had de toespraak een stap voorwaarts genoemd en uiteraard was ook onze minister Verhagen positief, maar Netanyahu's visie op die Palestijnse staat was zo beperkt en aan voorbehouden onderhevig, dat het moeilijk als een serieus te nemen handreiking geïnterpreteerd kon worden.
Met het goedkeuren van een enorme uitbreiding – een groei van 400% – van een illegale nederzetting, waarbij wederom Palestijns grondgebied ingepikt wordt, en waarbij de kansen op een levensvatbare, aaneengesloten Palestijnse staat nog weer verder worden ingeperkt, laat Israël zijn ware gezicht zien. Het is een grove belediging aan het adres van al wie bij het vredesproces betrokken is en tart op een onbegrijpelijke en arrogante manier de goodwill van Israëls traditionele bondgenoten.
Het is als een klap in het gezicht van Mitchell, Clinton en Obama en lokt onherroepelijk een reactie van de Verenigde Staten uit. Maar om de geloofwaardigheid van het nieuwe Amerikaanse Midden-Oostenbeleid niet in gevaar te brengen zal deze reactie ditmaal daadwerkelijke consequenties voor Israël moeten hebben. Voor de VS is nu ook de tijd gekomen om het ware gezicht te laten zien en daad bij al die mooie woorden te voegen. Obama heeft Israël duidelijk opgeroepen alle vormen van uitbreiding van de nederzettingen te bevriezen. Nu Israël laat zien daar geen boodschap aan te hebben, zal Obama zijn tanden moeten laten zien. Het is tijd voor actie, tijd voor sancties.
VeldwerkPosted by Martijn Dekker Wed, June 24, 2009 14:27:07Nadat Phelie
zelfverzekerd de eerste bal naar Semphiwe trapte, die aan de
rechterkant van onze duidelijk ruitvormige opstelling speelde, volgde
een dodelijk vermoeiende, maar geweldig leuke pot fanatiek ballen.
Beide kanten gingen redelijk gelijk op. Aan onze kant speelde spits
Phelie, die in het Ierse nationale hockeyteam speelt (
bewijs hier)
en dus wel redelijk sportief is, een topwedstrijd. Maar vooral de twee
spitsen van het Susiya team waren geweldig. Echt Ronaldo's en Kaka's in
de dop. Als deze jongens de kans zouden krijgen om eens op gras te
spelen en de mogelijkheid om buiten hun beperkte stukje West Bank te
komen, dan zouden ze het nog ver kunnen schoppen. Maar ja, dat geldt
voor zovele Palestijnse jongeren in allerlei vakgebieden.
Uiteindelijk
verloren we nipt met 10-8, maar het zure verlies was snel vergeten door
de enthousiaste reacties van onze tegenstanders. Ach, het was ze gegund.
Even
laten probeerden we zo goed en zo kwaad als dat ging de plakkaten zweet
en stof van ons af te spoelen bij de waterput, waarna we voldaan van
een eenvoudige maaltijd van rijst en brood konden genieten. Al tijdens
het eten begon ik duidelijk mijn nieuwe blauwe plekken, schaafwonden,
bulten en beurs geschopte enkel te voelen. Ik word een beetje te oud
voor al dat fanatisme.
Na de maaltijd maakten we ons op voor de
afsluiting van deze enerverende avond. We haalden wat stenen naast de
tent weg, sleepten de matrassen uit de tent, legden onze slaapzakken
erop, sloten een mp3-speler op een set boxen aan, en vervolgens zijn we
letterlijk uren gaan staren naar de mooiste sterrenhemel die ik ooit
had gezien. Wat het allemaal nog mooier maakte, is dat er om de paar
minuten een vallende ster te zien was.
Van slapen kwam verder
weinig. Ondanks de militairen die we continu in de verte zagen
patrouilleren, een legertruck die af en toe langsreed, en de stille
dreiging die de nederzetting en de diverse outpost uitstraalden, was er
deze avond gelukkig verder weinig te merken van de Israëlische
nabijheid. De reden voor de gebrekkige nachtrust was de effectieve
samenwerking van prikkende en zoemende muggen, blaffende honden,
kraaiende hanen (zelfs midden in de nacht), en een hopeloos depressief
balkende ezel.
De
volgende ochtend namen we vermoeid, maar uitgebreid afscheid van de
families. Vooral de EA's moesten daarbij slikken, want na 3 maanden
wekelijks contact was er een einde gekomen aan hun dienst, waardoor dit
de laatste keer in Susiya was.
Om de laatste keer extra bijzonder
te maken stelde ik voor om op de terugweg niet in de auto, maar in de
laadbak van de 4x4 te gaan staan. Zo gezegd, zo gedaan en vijf minuten
later stonden we stoer met onze kuif in de wind, terwijl we over de
kuilen en hobbels raasden. Een achtbaan was er niks bij.
Anderhalf
uur later kwamen we vermoeid en niet helemaal fris meer ruikend weer in
Hebron aan. We besloten ter afsluiting nog een heerlijk glas
versgeperst sinaasappelsap te drinken bij vriend Nimer (Tijger voor
vrienden), waarna we een taxi naar huis namen en er een eind kwam aan
onze geweldige nacht kamperen in Susiya.
VeldwerkPosted by Martijn Dekker Wed, June 24, 2009 14:22:11Dinsdagmiddag
in H2. Terwijl de soldaten bij het roadblock ons plagerig nog wat
nariepen, liepen Semphiwe en ik door Shuhadha street richting het
checkpoint waar we langs moesten om weer in H1 te komen. We waren bij
een bijeenkomst geweest, georganiseerd door de Israëlische
mensenrechtenorganisatie B'tselem, waarbij een Israëlische advocate aan
een aantal Palestijnse activisten uitleg kwam geven over Internationaal
Recht, oorlogsrecht, en mensenrechten in het specifieke geval van een
vijandige bezetting. Met andere woorden, wat mogen soldaten wel en niet
doen, en hoe kun je ze op jouw rechten wijzen als ze iets onwettigs
doen, zoals het toepassen van collectieve straffen, het zomaar
vasthouden bij checkpoints, etc. Interessant, maar voor mij als
buitenlander verder niet heel erg van belang.
Tijdens onze korte
wandeling vertelde Semphiwe, een Zuid-Afrikaanse vrijwilliger van de
internationale organisatie EAPPI, meer over zijn werk hier. De
organisatie van Semphiwe stationeert teams van vrijwilligers, die EA's
worden genoemd, op een zestal punten in de West Bank, waar ze
allerhande taken uitvoeren. De belangrijkste taak is echter simpelweg
aanwezig te zijn, want de aanwezigheid van internationale waarnemers
zorgt er vaak voor dat gespannen situaties niet escaleren. Semphiwe en
zijn drie collega's van het EAPPI Hebron team begeleidden bijvoorbeeld
iedere dag de meisjes van de in H2 gelegen Cordobaschool van en naar
huis en probeerden er zo voor te zorgen dat de meisjes niet aangevallen
zouden worden door Israëlische kolonisten.
Ik was in 2005 al eens
meegelopen met deze 'school run' in H2, zoals de EA's het zelf noemen,
dus ik was vooral benieuwd naar wat ze nog meer deden. Vol enthousiasme
legde Semphiwe me uit dat ze bijvoorbeeld iedere vrijdag afreisden naar
Susiya, een kleine gemeenschap ongeveer een uur ten zuiden van Hebron,
waar ze de nacht doorbrachten in een tent. De mensen in Susiya woonden
namelijk voornamelijk in tenten verspreid over een aantal heuvels,
vrijwel afgezonderd van nabijgelegen dorpen. Vanwege de aanwezigheid
van een nederzetting en enkele outposts*, kon er zo nu en dan
spanning ontstaan tussen de Palestijnen en de Israëlische kolonisten en
soldaten. Ik was inmiddels erg benieuwd geraakt naar de
leefomstandigheden van de mensen in Susiya, en vermoedde dat ik er
wellicht interessante observaties voor mijn onderzoek kunnen doen. Toen
ik vroeg of ik vrijdag met ze mee mocht naar het dorp, bleek dat
gelukkig geen enkel probleem te zijn.
Zo stond ik drie dagen
later in het stadje Yatta, naast een afgeragde Toyota 4x4 met open
laadbak, te wachten tot onze laatste etappe naar Susiya zou beginnen.
"Dit
gaat wat worden," zei Phelie, de Ierse collega van Semphiwe, met een
brede grijns. Anna, de Finse EA van team Hebron, glimlachte ook, maar
een stuk minder uitbundig, terwijl ze naar de open laadbak van de 4x4
van chauffeur Nasser kijkt, waar naast onze bagage, drie andere
passagiers en negen schapen in gepropt zijn.
"Ja,
het zal mij benieuwen," bromde Semphiwe zelf, terwijl hij zich
installeerde op de achterbank. "Jullie hebben dit ritje toch al tien
keer gemaakt?" vraag ik verrast. "Klopt, maar we hebben nog nooit
dezelfde weg genomen. En trouwens, 'weg' is eigenlijk al een groot
woord."
Deze laatste opmerking bleek een aardige indicatie voor wat
komen ging. Trillend, schuddend en stuiterend zaten we in de 4x4,
terwijl Nasser vakkundig probeerde zoveel mogelijk kuilen, hobbels en
stenen mee te pakken. Hij leek er plezier in te hebben. Voor de grap
boorde hij de wagen ook nog eens midden in een enorme mesthoop die we
onderweg tegenkwamen. In de auto riepen en lachten we, maar het scherpe
"chalas" (genoeg!) uit de laadbak maakte duidelijk dat onze drie andere passagiers en de schapen het minder grappig vonden.
Terwijl
Nasser vanaf dat moment zijn best deed om kuilen te vermijden, maar we
desalniettemin schuddend de laatste tien minuten naar Susiya aflegden,
vertelde Phelie me nogmaals het verhaal van het dorpje.
Een
aantal decennia geleden was Susiya een dorpje zoals er zoveel van waren
op de West Bank. Een kleine, hechte gemeenschap, weliswaar levend onder
Israëlische bezetting, maar in zekere zin ging het leven zijn gangetje.
Tot
het tekenen van de Oslo-akkoorden in 1993, toen Susiya in een
zogenaamde C-zone kwam te liggen. Onder Israëlisch militair bestuur
dus. Een Israëlische nederzetting die 25 jaar geleden vlakbij Susiya
was gebouwd, en zelfs dezelfde naam droeg, bood het Israëlische leger
de kans om de geschiedenis te herschrijven. Minder Palestijnse
aanwezigheid en meer Israëliërs in C zones, betekende dat Israël
sterker zou staan bij de uiteindelijke vaststelling van de Israëlische
en Palestijnse grenzen, en dus een deel van deze gebieden bij het eigen
grondgebied in zou kunnen lijven.
De bewoners van het Palestijnse
Susiya werd een aantal jaar geleden meegedeeld dat ze geen vergunning
hadden voor het bouwen van een huis op Israëlisch gebied (nogal
logisch, want die huizen stonden er dus al ruim voor die tijd), en niet
veel later werd het dorp met de grond gelijk gemaakt. Zo verwees Susiya
op de landkaart voortaan slechts nog naar de Israëlische nederzetting,
alsof het Palestijnse dorpje nooit bestaan had.
De families die
destijds in Susiya woonden zijn echter wel op hun land gebleven, in de
heuvels rond het oude Susiya. De mensen wonen noodzakelijkerwijs in
tenten, krakkemikkige bouwsels van zeildoek, en 's winters in grotten,
omdat ieder teken van permanente bebouwing ertoe leidt dat het leger
komt om het bouwsel met de grond gelijk te maken. Wat echter opvallend
is, is dat vrijwel alle families ook over een huis in de nabijgelegen
stad Yatta beschikken. Waarom ze toch in hun tenten blijven wonen en
regelmatig geconfronteerd worden met geweld van de kolonisten? De reden
is land. Volgens de Israëlische wetgeving mag land dat drie jaar lang
niet door de oorspronkelijke bewoners gebruikt is, onteigend worden.
Hun tenten verlaten en het comfort van hun huizen opzoeken zou dus
betekenen dat ze hun land en, niet onbelangrijk, een belangrijke
inkomstenbron kwijtraken. Liever in een tent leven dan je land opgeven
en, dus bovendien weer een stukje Palestijnse grondgebied aan Israël
prijsgeven.
Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet meer opkijk
van dergelijke verhalen, maar ik was inmiddels toch wel nieuwsgierig
geworden naar wat we achter de heuvels zouden aantreffen.
Na in
totaal zo'n half uur hobbelen vanaf Yatta kwamen we aan in het 'nieuwe
Susiya'. De omstandigheden waren bar; er was slechts een put als
watervoorziening, en de weinige hoeveelheid elektriciteit kwam van
zonnecollectoren. Het contrast met de van alle gemakken voorziene
Israëlische nederzetting -die op ongeveer 500 meter afstand duidelijk
zichtbare welvaart uitstraalde, als ware het een vakantieresort- was
schrijnend groot.
We
werden hartelijk onthaald door de familie van Nasser, waarbij vooral
zijn broer Ahmed de vrolijkheid zelve was en een beetje de clown
uithing. Er liep ook een heel aantal jongens in sportkleding rond de
groep te dralen, met een verwachtingsvolle blik in hun ogen. Een half
uur later hoorde ik de reden van die onderhuidse spanning. Zoals bijna
iedere week zou er ook nu weer gevoetbald gaan worden. En niet zomaar
een vrijblijvend potje, nee, de Internationals (met nog 3 anderen)
tegen Susiya. Uiteraard was ik niet bepaald voorbereid op een
dergelijke confrontatie, maar ik besloot me niet te laten kennen. Ik
borg mijn aantekeningenboekje dus maar op en begon mijn broek op te
stropen.
Pas toen we bij de locatie van het duel aankwamen,
begreep ik waarom men me raar aankeek toen ik grapte dat ik mijn
voetbalschoenen was vergeten. Voor ons lag een langwerpig stuk
geëgaliseerde grond tussen de heuvels, bestaande uit grof steengruis,
met her en der een vuistgrote steen of verraderlijke kuil. Een klein
sprintje leidde meteen tot grote stofwolken, waardoor het halve veld
uit het zicht verdween. De goals bestonden ieder uit twee grote stenen
en, het mooiste van allemaal, de bal was lek. Kortom, voor een
recreatieve mooi-weer-sporter die twaalf jaar geleden voor het laatst
serieus tegen een voetbal geschopt had, waren dit geenszins ideale
omstandigheden. Dat het overigens een serieuze pot voetbal zou worden
bleek wel uit de geconcentreerde smoeltjes tegenover me. Ik keek naar
de bal en zette me schrap.
Na een signaal van een onzichtbare scheidsrechter ging de strijd van start.
(wordt vervolgd)
*
Een outpost is een vooruitgeschoven post van een nederzetting. Deze
illegale posten, die vaak bestaan uit een caravan of wat kleine
gebouwtjes, leiden er toe dat de in de buurt gelegerde Israëlische
soldaten hun patrouillegebied moeten uitbreiden, waardoor de
Palestijnen uit de regio vaak nog meer in de knel komen en niet meer
goed van hun land gebruik kunnen maken of er bijvoorbeeld hun vee laten
grazen.